Vakantie Faeröer eilanden 2016
Kaldbak
Toen we de drie belangrijkste attracties van Kirkjubøur hadden gezien zijn we terug gereden naar de stad. We wilden een toeristische route rijden naar Kaldbak,
maar omdat het regende en erg mistig was leek ons dat dat niet zo mooi zou zijn. Die route hebben we dus niet gedaan en zijn direct naar Kaldbak gereden. Kaldbak is
verder niet zo boeiend. Alleen het schattige, in 1835 gebouwde, kerkje is interresant. Wat deze kerk bijzonder maakt is het bijzondere houtsnijwerk in het interieur.
Helaas was de kerk op slot en konden we in het dorp niemand vinden die de sleutel had. Alleen via de ramen konden we een glimp van het houtsnijwerk opvangen.
Op de weg terug vanuit Kaldbak nog even gestopt bij de vlak bij Kaldbak gelegen waterval.
Omdat het nog steeds regende hadden we geen zin in meer uitstapjes en zijn we terug gereden naar het hotel. 's Avonds hebben we overheerlijke sushi gegeten bij
Etika, een restaurant gevestigd in een voormalige bloemenzaak.
Rondvaart eiland Nólsoy
Voor donderdagochtend hadden we bij de Tourist Info een 3 uur durende boottocht geboekt op de schoener Norðlýsið
(Noorderlicht). De boot vertrok om 9 uur. We hadden mooi weer (voor Faeröerse begrippen), beetje blauw tussen de wolken en geen regen en soms zelfs de zon en zagen
we schaduwen! Tijdens de 3 uur durende tocht voeren we om het eiland Nólsoy, een klein eiland voor de kust bij Tórshavn. Het eiland heeft een aantal steile
kliffen waarop vogels nestelen. We hebben er dan ook heel wat gezien, uiteraard ook weer onze favoriet, puffies, oftewel papegaaiduikers. Toen we we weer aan de westkant
van het eiland waren zagen we dat Tórshavn grotendeels in mist was gehuld. Toen we dichter bij kwamen begon het weer zachtjes te regenen. Direct gaf de schipper
wat meer gas zodat we sneller terug zouden zijn. Even voor 12 uur waren we dan ook weer terug in de haven.
St Olavs festival
Op 28 en 29 juli wordt in Tórshavn het St Olavs festival gehouden, Ólavsøka. Veel mannen, vrouwen en kinderen lopen in klederdracht door de stad.
En verder zijn er allerlei activiteiten en zijn er drank- en eetstalletjes. De twee belangrijkste activiteiten op de 28e zijn de optocht door de stad van allerlei
sportverenigingen, paarden en een muziekkorps. En verder zijn er de roeiwedstrijden in de haven. De optocht door de stad hebben we gezien en ook de opening van
het festival bij het parlementsgebouw. Met een toespraak is het festival geopend. De roeiwedstrijd hebben we van een afstand gezien, daarvoor moest je kaartjes kopen
als je ze vanaf de kade wilde zien. In de middag was het wel weer mooi weer, de mist was verdwenen en de zon liet zich regelmatig zien. Omdat de ferry naar Suðuroy
pas om 21:15 ging hadden we dus nog de hele middag om van het festival te genieten. Maar op een gegeven moment waren we er wel klaar mee en toen moesten we nog een
paar uur wachten tot de ferry zou vertrekken. Uiteindelijk zijn we naar de terminal gelopen, de auto hadden we daar al eerder geparkeerd en daar gewacht op vertrek van de ferry.
Naar Suðuroy
Tegen 9 uur konden we aan boord van de ferry rijden voor de 2 uur durende tocht naar het meest zuidelijke eiland van de Faeröer eilanden, Suðuroy.
Om precies 21:15 vertrok de ferry. Aan boord hebben we in het restaurant wat gegeten en verder niet zo veel gedaan. Om 23:15 kwamen we aan in de haven van het eiland,
al snel waren we van boord en was het nog maar een paar minuten rijden naar Tvøroyri, de hoofdstad van het eiland. In het donker was het wat lastig om
Hotel Tvøroyri te vinden, maar even voor half twaalf waren we bij het met weinig fantasie gebouwde hotel, het leek
wel een soort Sovjet blokkendoos. In tegenstelling tot het IJslands spreek je in het Faeröers de letter ð niet uit, je zegt dus Su-oroy.
Rondrit over Suðuroy
Toen we vrijdag opstonden zag het weer er redelijk uit, wel bewolkt met zo hier en daar wat blauwe stippen. Na het ontbijt zijn we vertrokken om het eiland Suðuroy
te verkennen. Het was helaas inmiddels wel wat gaan spetteren en de blauwe plukjes lucht waren ook niet meer zichtbaar. Als eerste zijn we naar Froðba gegaan om daar
de basaltkolommen te bekijken. Verder niet heel boeiend, hier hebben we ook nog een korte wandeling gemaakt. Niet te lang want het regende nog steeds.
Vervolgens terug gereden naar Tvøroyri en om de baai heen naar Vágur gereden. Daar zijn we even gestopt en hebben we wat over de rotsen gelopen en
over de oceaan uitgekeken. Vandaar verder richting Sumba en Akraberg over een 300 meter hoge pas waar we deels door de wolken reden. Akraberg is het meest
zuidelijke punt van de Faeröer eilanden met een vuurtoren. Daar hebben we even van het eindeloze uitzicht over de oceaan genoten. Vervolgens terug gereden
naar Vágur, daar wilden we koffie drinken, maar alles was gesloten ivm het St. Olavs festival. Dus maar verder naar het noorden gereden naar Sandvik, de meest
noordelijke plaats van het eiland Suðuroy. Onderweg gestop bij een benzinepomp om wat eten en drinken te kopen. In Sandvik is verder ook niet veel te beleven,
maar het eiland is zo klein dat je het allemaal gemakkelijk in een paar uur kan zien. Zeker als het dan ook nog eens regent en de meeste dingen gesloten zijn.
Vanuit Sandvik zijn we weer naar het zuiden gereden om naar Fámjin te gaan. In Fámjin staat een kerk en in die kerk is de eerste vlag van de eilanden te zien.
Deze vlag is ontworpen door de uit Fámjin afkomstige student Jens Oliver Lisberg en twee vrienden als poging om hun droom van een onafhankelijk Faeröer te
verwezelijken. De vlag wapperde voor het eerst tijdens een kerkdienst in Fámjin in juni 1919. Echter pas op 25 april 1940 is de vlag officieel erkend. Deze datum
is nog steeds een feestdag op de eilanden en staat bekend als de 'Vlag Dag'.
Maar helaas was ook deze kerk gesloten en niemand te vinden met een sleutel. Volgens onze reisgids zou er tegenover de kerk een café moeten zijn met koffie en wafels,
maar die was helaas dus ook gesloten. Toen maar terug gereden naar Tvøroyri. Daar zag Hilleke een café dat wel geopend was, daar hebben we alsnog
koffie kunnen drinken. Het was in een art gallery, Gallery Oyggin. We hebben er een tijd met de kunstenaar Palle Julsgart gepraat. Hij heeft er ook een kas waarin
hij bananen en citrusvruchten kweekt. Na de koffie en een korte bezichtiging van de gallery zijn we naar het hotel gegaan. Daar hebben we 's avonds ook gegeten omdat
er verder toch niets open is op het eiland ivm het festival.
Naar Gjógv
De volgende dag op tijd opgestaan, de ferry terug naar Tórshavn vertrekt om 9:30. In het hotel kan pas vanaf 8 uur worden ontbeten, dus daarvoor alles al ingepakt
en in de auto geladen. Na het ontbijt de rekening betaald en vervolgens naar de ferry terminal gereden, een ritje van slechts een paar minuten. De ferry was net aangekomen
uit Tórshavn. Er stonden slechts een paar auto's te wachten en we waren al snel aan boord. Er waren zo weinig auto's dat er maar 1 autodek werd gebruikt en ook die
was voor minder dan de helft gevuld.
De overtocht duurt 2 uur en aan boord hebben we gekeken hoe we naar Gjógv zouden rijden en welke plaatsen we onderweg aan wilden doen. Toen we weer in
Tórshavn waren zijn we eerst via een toeristische weg, weg 10, door het binnenland van het eiland Streymoy naar het westen gereden. Het weer zag er voor
Faeröerse begrippen redelijk uit, we hebben een klein beetje zon gezien en een verdwaalde pluk blauwe lucht. Maar in de loop van de dag keerde het normale weer
terug, mist en regen. Het regent overigens op de Faeröer eilanden op 90% van de dagen, dus slechts 3 dagen per maand valt er geen regen. Die 10% dag hebben we
al gehad, dat was de eerste echte dag hier tijdens de trip naar Mykines, dus statistisch gezien zullen we de rest van de vakantie iedere dag regen hebben. Totnutoe
klopt dat wel, de ene dag meer dan de andere, maar iedere dag wel meerdere kleine of grotere buien.
Na een korte fotostop op weg 10 zijn we doorgereden naar Hvalvík. Hier zijn we even gestopt om het kerkje te fotograferen. Het zijn en blijven erg schattige
houten kerkjes uit het midden van de 19e eeuw. Zwart geteerd als bescherming tegen de barse Faeröerse weersomstandigheden en allemaal voorzien van een kleine
witte klokkentoren. Het kerkje in Hvalvík is in 1829 gebouwd en daarmee het oudste houten kerkje op de eilanden. Vanuit Hvalvík zijn we via wederom
een toeristische weg naar het plaatsje Saksun gereden. Ook hier weer een schattig kerkje, alleen nu van steen en wit. Verder ligt er bij Saksun een zoutwater lagune en
een paar fraaie watervallen. Watervallen zie je overigens overal op de eilanden, het zullen er 10-duizenden zijn. Sommige heel klein, andere weer behoorlijk indrukwekkend.
Saksun ligt aan het einde van weg 53, dus we moesten dezelfde weg weer terug naar de hoofdweg. Vandaar zijn we langs het water van de Sundini fjord naar
Tjørnuvík gereden. Onderweg daarheen nog gestopt bij de hoogste waterval van de Faeröer eilanden, de 140 meter hoge Fossá waterval
en een korte fotostop gemaakt in Haldarsvík om daar de bijzondere, achthoekige, kerk te fotograferen.
Tjørnuvík ligt ingeklemd aan drie kanten door hoge bergen en de vierde kant is de zee. Van alle bergen storten meerdere watervallen richting het dorp,
je hoort dan ook overal het donderende geraas van het water, is het niet van de watervallen dan is het wel van de zee. Lijkt me verschrikkelijk, dat geraas gaat dag
en nacht, 365 dagen per jaar door. In Tjørnuvík stond een man wafels te bakken en hij verkocht koffie. Daar hadden we inmiddels wel trek in. In heel veel
van de kleine plaatsen waar we zijn geweest zijn geen voorzieningen zoals een café of een supermarkt. En als er iets is is het soms maar op beperkte tijdstippen open.
Vanuit Tjørnuvík weer dezelfde weg terug en aan het einde hebben we het eiland Streymoy verlaten en zijn via een brug de Sundini fjord overgestoken naar het
eiland Eysturoy. Als eerste naar Eiði gereden, daar was verder niets te doen en vervolgens via een toeristische weg naar Gjógv. Net na Eiði gestopt
om de twee rotsen in zee, Risin en Kellingin te fotograferen, Risin en Kellingin betekenen de Reus en de Heks en ze heten zo naar een legende dat 2 reuzen de Faeröer
eilanden naar IJsland wilden verslepen. Toen de vrouwelijke reus een touw om de berg Eiðiskollur wilde doen scheurde de berg, deze scheur is nog steeds te zien.
Dit leverde zo veel vertraging op dat de zon al begon op te komen en de reuzen vervolgens in stenen veranderden die nu nog steeds voor de kust staan.
Vervolgens de laatste kilometers gereden naar on volgende hotel, Hotel Gjáargarður in Gjógv waar we de komende
2 nachten zullen verblijven. Dit hotel lijkt van buiten wel op een Zwitsers chalet.



