Vakantie Faeröer eilanden 2016
Heenreis
Op zondag 24 juli zijn we onmenselijk vroeg opgestaan, om 3:30 ging de wekker. Dit omdat Ciska en een vriendin om 8:30 al van Schiphol naar Londen vliegen om daar
twee weken een summerschool te volgen aan de St Mary's universiteit. Onze vlucht naar Kopenhagen vertrok zo'n 2 uur later. De tijd op Schiphol gedood met wat lezen
en voorbereiden op de reis en wat gegeten. Rond 10:45 vertrokken we dan eindelijk ook met een klein vliegtuig voor de ongeveer een uur durende vlucht naar Kopenhagen.
In Kopenhagen moesten we opnieuw een tijd wachten, zo'n 7 uur, op de aansluitende vlucht naar Vágar op de Faeröer eilanden. Omdat we geen zin hadden om
opnieuw een lange tijd op een vliegveld rond te hangen hebben we de handbagage in een kluisje gedaan en zijn we met de trein naar het centrum van Kopenhagen gegaan.
Eénmaal in het centrum zijn we naar het Hardrock Café gegaan om te lunchen. Maar daar was een
wachttijd van een uur dus hebben we alleen een t-shirt gekocht en zijn we naar het attractiepark Tivoli gegaan. Daar hebben we
geluncht en hebben we de rest van de middag doorgebracht.
Na het bezoek aan Tivoli zijn we met de trein terug gegaan naar het vliegveld. Om 19:00 vertrok de 2 uur durende vlucht naar Vágar, het enige vliegveld op
de Faeröer eilanden op het gelijknamige eiland. Even na 20:00 uur, het is op de Faeröer eilanden 1 uur vroeger dan in Nederland, landden we in Vágar.
Het is een erg klein vliegveld, dus we waren zo bij de bagageband. Maar eerst in de tax-free shop nog wat alcohol gekocht want dat is verder in het land bijna onbetaalbaar.
Als snel hadden we de bagage en konden we bij de autoverhuurder de auto gaan ophalen, een Toyota Yaris. Vanaf het vliegveld was het vervolgens nog
maar een paar kilometer rijden naar ons eerste hotel, Guesthouse Ró in Sørvágur.
Mykines
Voor de eerste dag hadden we een excursie geboekt naar het eiland Mykines voor de kust bij Sørvágur. Na het
ontbijt zijn we naar het haventje van Sørvágur gelopen om daar aan boord te gaan van de ferry naar Mykines. Het meest westelijke eiland van alle
Faeröer eilanden. Mykines is vooral bekend om zijn natuur, vogels en de wandeling naar de vuurtoren op het naastgelegen eilandje Mykineshólmur. Deze wandeling
zouden wij ook gaan doen onder leiding van een gids. Na aankomst op het eiland eerst via een trap omhoog richting het dorp en bovenaan de trap stond de gids al te
wachten. Met nog 2 anderen zijn we even later aan de wandeling begonnen. Het was gelukkig droog op een paar kleine spetters na, het waaide wel wat en de zon liet
zich op een paar mislukte pogingen na niet zien. De lucht was één grote grijze wolk en we zagen de mist soms in vlagen over het kleine eiland gaan.
De twee eilanden, Mykines en Mykineshólmur, zijn verbonden door een kleine brug, die ze hier trots de enige brug die de Atlantische oceaan overspant noemen, maar hij is
slechts een paar meter lang, veel meer zijn de 2 eilanden namelijk niet van elkaar gescheiden. Wij zijn echter niet zo ver gegaan. Voor de brug ga je via een glibberend
pad naar beneden en aan de andere zijde weer omhoog. Terug heb je hetzelfde en Hilleke zag dat niet zo zitten. Dus bij de grootste papegaaiduiker kolonie van de
Faeröer is de gids doorgegeaan met de andere 2 en hebben wij onze lunch gegeten en zijn daarna terug gelopen naar het dorp. In het
Kristianshús, het enige guesthouse / café in Mykines, hebben we wat gedronken en gegeten en vervolgens
hebben we het dorp Mykines bekeken. Er wonen nog slechts 10 mensen en de school heeft 1 leerling die les krijgt van 1 docent.
Om 5 uur ging de ferry terug naar het vasteland. Het waaide behoorlijk dus aan dek werden krgen we zo af en toe wat water over ons heen als de boot op de
golven klapte. Toen we terug waren in Sørvágur in het guesthouse eerst droge kleren aangedaan en daarna bij Hotel Vágar bij het vliegveld gegeten.
Vestmanna Bird Cliffs
Na twee nachten in Sørvágur gaan we naar onze volgende bestemming, de hoofdstad van de Faeröer eilanden: Tórshavn.
Omdat de afstanden op de eilanden niet groot zijn en er een uitstekend wegennet is, ben je zo van de ene naar de andere plaats gereden.
Voor in de middag hadden we om 14:30 een boottocht bij de Vestmanna bird cliffs geregeld. Onderweg daarheen zijn we nog bij een aantal plaatsen gestopt.
Als eerste naar Sandavágur gereden waar we alleen het schattige rood met witte kerkje van buiten hebben bekeken. Vervolgens naar Kvívík gereden
op het eiland Streymoy. Van het eiland Vágar naar Streymoy ga je door een toltunnel, de bijna 5 km lange Vágar Tunnel die onder de zee doorgaat en waarvan
het diepste punt op 105 meter onder de zeespiegel ligt.
Kvívík stelt verder niet veel voor, maar het is wel één van de oudste bewoonde plaatsen op de eilanden. Eén van de bezienswaardigheden
in het dorpje is een oude Viking nederzetting met de restanten van een long-house.
En verder heeft in het kerkje dominee Venceslaus Ulricus Hammershaimb de eerste stap gezet om het Faeröers de officiële taal van de kerk te maken,
dat was namelijk altijd het Deens. Op oudjaars avond 1855 was de dienst in het Faeröers en de toehoorders waren in schok en kwamen in opstand.
Ze beschouwden namelijk het Faeröers te boers voor het grote woord van God. De jonge dominee heeft het daarna niet meer aangedurft om het experiment te herhalen.
Van Kvívík naar Vestmanna is maar een klein stukje, dus waren we er veel te vroeg. Het weer was ook niet geweldig, veel miezer regen. Dus zijn we naar
de Tourist Info aan de haven gegaan. Daar was ook een restaurant in gevestigd waar we eerst geluncht hebben. In hetzelfde pand is ook het
Sagamuseum gevestigd. Een museum waar met behulp van wassen beelden de saga's uit de historie
van de eilanden worden uitgebeeld. Sommige van deze voorstellingen zien er overigens behoorlijk geweldadig en bloederig uit.
Om 14:30 begon de 2 uur durende boottocht langs de Vestmanna bird cliffs. Helaas regende het het grootste deel van de tocht.
Maar toch zo lang mogelijk buiten aan dek gestaan om foto's van de kliffen en de grotten in de kliffen te maken. Op sommige plaatsen zijn de kliffen zo ver
uitgehold dat er een soort klein binnenmeer is ontstaan waar de boot ook in of doorheen kan varen. Wel een spectaculaire tocht, maar met mooi weer zou het
wel indrukwekkender zijn geweest.
Na 2 uur waren we weer terug in de haven, na nog een warme kop koffie in het restaurant zijn we naar Tórshavn gereden. Daar hebben we twee nachten overnacht
in hotel Tórshavn in een grote kamer met uitzicht op de haven. Parkeren was echter lastiger, ivm het St Olavs festival
zijn er geen onbeperkt gratis parkeerplaatsen. Overal moet je een parkeerschijf gebruiken met gratis parkeren van 15 min tot max 4 uur tussen 's ochtends 9 en
's middags 6 uur. Dus regelmatig de auto verplaatsen of de schijf verzetten.
's Avonds hebben we een heerlijke vismaaltijd gegeten in Barbara Fish House. Niet goedkoop maar wel erg lekker gegeten.
Overigens is alles op de Faeröer eilanden behoorlijk prijzig. Veel moet namelijk geïmporteerd worden vanuit het buitenland, maar ook dingen die ze wel
lokaal hebben als vis en wollen kleding zijn duur.
Tórshavn
Woensdag na het onbijt Tórshavn ingegaan. De oude wijk Undir Ryggi is het meest interessante deel van de stad, althans voor toeristen. Smalle kronkelige straatjes met
leuke huisjes. De daken van de meeste huizen in deze wijk zijn bedekt met gras. Een leuke wijk om doorheen te slenteren en waar je steeds weer nieuwe straatjes ontdekt.
Even uitrusten om wat te eten of the drinken kun je bij de diverse restaurantjes langs de haven in de Undir Bryggjubakka. Verder is er nog het fort Skansin waar vanaf je een
mooi zicht over de stad en de haven hebt. Echter met een paar uur heb je deze belangrijkste attracties van de stad wel gezien.
Kirkjubøur
Nadat we de stad hadden gezien zijn we met de auto het één en ander in de omgeving van de stad gaan bekijken. Als eerste zijn we naar Kirkjubøur
gereden. Deze plaats, een paar kilometer zuidelijk van Tórshavn, was historisch erg belangrijk voor de eilanden. De eerste bisschop van de eilanden zetelde
zich hier rond 1100. En vanuit hier werden grote stukken grond door de kerk geconfiskeerd. In Kirkjubøur zijn drie belangrijke gebouwen te zien:
- De Magnus Kathedraal, deze impossante kathedraal is gebouwd rond 1300 en meet zo'n 27 bij 11 meter. Hij is echter nooit afgebouwd en hij staat er nu nog net zo bij als 700 jaar geleden. Er staan alleen een paar muren zonder dak. Waarschijnlijk omdat de muren zo'n 1,5 meter dik zijn heeft het heftige Faeröese weer, wind en regen, weinig vat gehad op de staat van het gebouw. Overigens is men nu bezig met restauratie werkzaamheden en is er een dak gemaakt. Dit maakt het geheel er overigens niet mooier op.
- De Roykstovan boerderij, deze oude houten boerderij stamt uit de 11e eeuw en was vroeger de woning van de bisschop. De boerderij is nu het oudste nog bewoonde houten huis van Europa. De familie Patursson, die deze boerderij al eeuwen geleden verkreeg, woont al 17 generaties in deze boerderij.
- De Ølavskirkjan kerk, deze kerk is de oudste kerk van de Faeröer eilanden die nog steeds in gebruik is. Hij is waarschijnlijk gebouwd in 1111 en diende als kathedraal tijdens de middeleeuwen. Sindsdien is de kerk diverse malen verbouwd en generoveerd. De belangrijkste waren in 1874 (om te voorkomen dat de kerk in zee zou storten) en in 1966.
Kaldbak
Toen we de drie belangrijkste attracties van Kirkjubøur hadden gezien zijn we terug gereden naar de stad. We wilden een toeristische route rijden naar Kaldbak,
maar omdat het regende en erg mistig was leek ons dat dat niet zo mooi zou zijn. Die route hebben we dus niet gedaan en zijn direct naar Kaldbak gereden. Kaldbak is
verder niet zo boeiend. Alleen het schattige, in 1835 gebouwde, kerkje is interresant. Wat deze kerk bijzonder maakt is het bijzondere houtsnijwerk in het interieur.
Helaas was de kerk op slot en konden we in het dorp niemand vinden die de sleutel had. Alleen via de ramen konden we een glimp van het houtsnijwerk opvangen.
Op de weg terug vanuit Kaldbak nog even gestopt bij de vlak bij Kaldbak gelegen waterval.
Omdat het nog steeds regende hadden we geen zin in meer uitstapjes en zijn we terug gereden naar het hotel. 's Avonds hebben we overheerlijke sushi gegeten bij
Etika, een restaurant gevestigd in een voormalige bloemenzaak.
Rondvaart eiland Nólsoy
Voor donderdagochtend hadden we bij de Tourist Info een 3 uur durende boottocht geboekt op de schoener Norðlýsið
(Noorderlicht). De boot vertrok om 9 uur. We hadden mooi weer (voor Faeröerse begrippen), beetje blauw tussen de wolken en geen regen en soms zelfs de zon en zagen
we schaduwen! Tijdens de 3 uur durende tocht voeren we om het eiland Nólsoy, een klein eiland voor de kust bij Tórshavn. Het eiland heeft een aantal steile
kliffen waarop vogels nestelen. We hebben er dan ook heel wat gezien, uiteraard ook weer onze favoriet, puffies, oftewel papegaaiduikers. Toen we we weer aan de westkant
van het eiland waren zagen we dat Tórshavn grotendeels in mist was gehuld. Toen we dichter bij kwamen begon het weer zachtjes te regenen. Direct gaf de schipper
wat meer gas zodat we sneller terug zouden zijn. Even voor 12 uur waren we dan ook weer terug in de haven.
St Olavs festival
Op 28 en 29 juli wordt in Tórshavn het St Olavs festival gehouden, Ólavsøka. Veel mannen, vrouwen en kinderen lopen in klederdracht door de stad.
En verder zijn er allerlei activiteiten en zijn er drank- en eetstalletjes. De twee belangrijkste activiteiten op de 28e zijn de optocht door de stad van allerlei
sportverenigingen, paarden en een muziekkorps. En verder zijn er de roeiwedstrijden in de haven. De optocht door de stad hebben we gezien en ook de opening van
het festival bij het parlementsgebouw. Met een toespraak is het festival geopend. De roeiwedstrijd hebben we van een afstand gezien, daarvoor moest je kaartjes kopen
als je ze vanaf de kade wilde zien. In de middag was het wel weer mooi weer, de mist was verdwenen en de zon liet zich regelmatig zien. Omdat de ferry naar Suðuroy
pas om 21:15 ging hadden we dus nog de hele middag om van het festival te genieten. Maar op een gegeven moment waren we er wel klaar mee en toen moesten we nog een
paar uur wachten tot de ferry zou vertrekken. Uiteindelijk zijn we naar de terminal gelopen, de auto hadden we daar al eerder geparkeerd en daar gewacht op vertrek van de ferry.
Naar Suðuroy
Tegen 9 uur konden we aan boord van de ferry rijden voor de 2 uur durende tocht naar het meest zuidelijke eiland van de Faeröer eilanden, Suðuroy.
Om precies 21:15 vertrok de ferry. Aan boord hebben we in het restaurant wat gegeten en verder niet zo veel gedaan. Om 23:15 kwamen we aan in de haven van het eiland,
al snel waren we van boord en was het nog maar een paar minuten rijden naar Tvøroyri, de hoofdstad van het eiland. In het donker was het wat lastig om
Hotel Tvøroyri te vinden, maar even voor half twaalf waren we bij het met weinig fantasie gebouwde hotel, het leek
wel een soort Sovjet blokkendoos. In tegenstelling tot het IJslands spreek je in het Faeröers de letter ð niet uit, je zegt dus Su-oroy.
Rondrit over Suðuroy
Toen we vrijdag opstonden zag het weer er redelijk uit, wel bewolkt met zo hier en daar wat blauwe stippen. Na het ontbijt zijn we vertrokken om het eiland Suðuroy
te verkennen. Het was helaas inmiddels wel wat gaan spetteren en de blauwe plukjes lucht waren ook niet meer zichtbaar. Als eerste zijn we naar Froðba gegaan om daar
de basaltkolommen te bekijken. Verder niet heel boeiend, hier hebben we ook nog een korte wandeling gemaakt. Niet te lang want het regende nog steeds.
Vervolgens terug gereden naar Tvøroyri en om de baai heen naar Vágur gereden. Daar zijn we even gestopt en hebben we wat over de rotsen gelopen en
over de oceaan uitgekeken. Vandaar verder richting Sumba en Akraberg over een 300 meter hoge pas waar we deels door de wolken reden. Akraberg is het meest
zuidelijke punt van de Faeröer eilanden met een vuurtoren. Daar hebben we even van het eindeloze uitzicht over de oceaan genoten. Vervolgens terug gereden
naar Vágur, daar wilden we koffie drinken, maar alles was gesloten ivm het St. Olavs festival. Dus maar verder naar het noorden gereden naar Sandvik, de meest
noordelijke plaats van het eiland Suðuroy. Onderweg gestop bij een benzinepomp om wat eten en drinken te kopen. In Sandvik is verder ook niet veel te beleven,
maar het eiland is zo klein dat je het allemaal gemakkelijk in een paar uur kan zien. Zeker als het dan ook nog eens regent en de meeste dingen gesloten zijn.
Vanuit Sandvik zijn we weer naar het zuiden gereden om naar Fámjin te gaan. In Fámjin staat een kerk en in die kerk is de eerste vlag van de eilanden te zien.
Deze vlag is ontworpen door de uit Fámjin afkomstige student Jens Oliver Lisberg en twee vrienden als poging om hun droom van een onafhankelijk Faeröer te
verwezelijken. De vlag wapperde voor het eerst tijdens een kerkdienst in Fámjin in juni 1919. Echter pas op 25 april 1940 is de vlag officieel erkend. Deze datum
is nog steeds een feestdag op de eilanden en staat bekend als de 'Vlag Dag'.
Maar helaas was ook deze kerk gesloten en niemand te vinden met een sleutel. Volgens onze reisgids zou er tegenover de kerk een café moeten zijn met koffie en wafels,
maar die was helaas dus ook gesloten. Toen maar terug gereden naar Tvøroyri. Daar zag Hilleke een café dat wel geopend was, daar hebben we alsnog
koffie kunnen drinken. Het was in een art gallery, Gallery Oyggin. We hebben er een tijd met de kunstenaar Palle Julsgart gepraat. Hij heeft er ook een kas waarin
hij bananen en citrusvruchten kweekt. Na de koffie en een korte bezichtiging van de gallery zijn we naar het hotel gegaan. Daar hebben we 's avonds ook gegeten omdat
er verder toch niets open is op het eiland ivm het festival.
Naar Gjógv
De volgende dag op tijd opgestaan, de ferry terug naar Tórshavn vertrekt om 9:30. In het hotel kan pas vanaf 8 uur worden ontbeten, dus daarvoor alles al ingepakt
en in de auto geladen. Na het ontbijt de rekening betaald en vervolgens naar de ferry terminal gereden, een ritje van slechts een paar minuten. De ferry was net aangekomen
uit Tórshavn. Er stonden slechts een paar auto's te wachten en we waren al snel aan boord. Er waren zo weinig auto's dat er maar 1 autodek werd gebruikt en ook die
was voor minder dan de helft gevuld.
De overtocht duurt 2 uur en aan boord hebben we gekeken hoe we naar Gjógv zouden rijden en welke plaatsen we onderweg aan wilden doen. Toen we weer in
Tórshavn waren zijn we eerst via een toeristische weg, weg 10, door het binnenland van het eiland Streymoy naar het westen gereden. Het weer zag er voor
Faeröerse begrippen redelijk uit, we hebben een klein beetje zon gezien en een verdwaalde pluk blauwe lucht. Maar in de loop van de dag keerde het normale weer
terug, mist en regen. Het regent overigens op de Faeröer eilanden op 90% van de dagen, dus slechts 3 dagen per maand valt er geen regen. Die 10% dag hebben we
al gehad, dat was de eerste echte dag hier tijdens de trip naar Mykines, dus statistisch gezien zullen we de rest van de vakantie iedere dag regen hebben. Totnutoe
klopt dat wel, de ene dag meer dan de andere, maar iedere dag wel meerdere kleine of grotere buien.
Na een korte fotostop op weg 10 zijn we doorgereden naar Hvalvík. Hier zijn we even gestopt om het kerkje te fotograferen. Het zijn en blijven erg schattige
houten kerkjes uit het midden van de 19e eeuw. Zwart geteerd als bescherming tegen de barse Faeröerse weersomstandigheden en allemaal voorzien van een kleine
witte klokkentoren. Het kerkje in Hvalvík is in 1829 gebouwd en daarmee het oudste houten kerkje op de eilanden. Vanuit Hvalvík zijn we via wederom
een toeristische weg naar het plaatsje Saksun gereden. Ook hier weer een schattig kerkje, alleen nu van steen en wit. Verder ligt er bij Saksun een zoutwater lagune en
een paar fraaie watervallen. Watervallen zie je overigens overal op de eilanden, het zullen er 10-duizenden zijn. Sommige heel klein, andere weer behoorlijk indrukwekkend.
Saksun ligt aan het einde van weg 53, dus we moesten dezelfde weg weer terug naar de hoofdweg. Vandaar zijn we langs het water van de Sundini fjord naar
Tjørnuvík gereden. Onderweg daarheen nog gestopt bij de hoogste waterval van de Faeröer eilanden, de 140 meter hoge Fossá waterval
en een korte fotostop gemaakt in Haldarsvík om daar de bijzondere, achthoekige, kerk te fotograferen.
Tjørnuvík ligt ingeklemd aan drie kanten door hoge bergen en de vierde kant is de zee. Van alle bergen storten meerdere watervallen richting het dorp,
je hoort dan ook overal het donderende geraas van het water, is het niet van de watervallen dan is het wel van de zee. Lijkt me verschrikkelijk, dat geraas gaat dag
en nacht, 365 dagen per jaar door. In Tjørnuvík stond een man wafels te bakken en hij verkocht koffie. Daar hadden we inmiddels wel trek in. In heel veel
van de kleine plaatsen waar we zijn geweest zijn geen voorzieningen zoals een café of een supermarkt. En als er iets is is het soms maar op beperkte tijdstippen open.
Vanuit Tjørnuvík weer dezelfde weg terug en aan het einde hebben we het eiland Streymoy verlaten en zijn via een brug de Sundini fjord overgestoken naar het
eiland Eysturoy. Als eerste naar Eiði gereden, daar was verder niets te doen en vervolgens via een toeristische weg naar Gjógv. Net na Eiði gestopt
om de twee rotsen in zee, Risin en Kellingin te fotograferen, Risin en Kellingin betekenen de Reus en de Heks en ze heten zo naar een legende dat 2 reuzen de Faeröer
eilanden naar IJsland wilden verslepen. Toen de vrouwelijke reus een touw om de berg Eiðiskollur wilde doen scheurde de berg, deze scheur is nog steeds te zien.
Dit leverde zo veel vertraging op dat de zon al begon op te komen en de reuzen vervolgens in stenen veranderden die nu nog steeds voor de kust staan.
Vervolgens de laatste kilometers gereden naar on volgende hotel, Hotel Gjáargarður in Gjógv waar we de komende
2 nachten zullen verblijven. Dit hotel lijkt van buiten wel op een Zwitsers chalet.
Gjógv
Enigszins uitgeslapen vandaag, na het ontbijt eerst Gjógv bekeken. Het is een klein plaatsje, maar het is beroemd door de natuurlijke haven, een ongeveer 200 meter lange kloof.
Overigens moeten de boten bij hevige storm wel uit de haven worden getakeld langs een helling om te voorkomen dat ze op de rotsen kapot slaan. Na nog wat door het dorp met zijn
mooi geschilderde huizen te zijn gelopen zijn we in de auto gestapt om een rondje over het eiland Eysturoy te maken.
Rondrit over Eysturoy
Alhoewel een rondje niet echt mogelijk is, vanaf de hoofdweg over het eiland gaan er allemaal wegen richting zee die daar ergens eindigen in een onooglijk klein plaatsje. Je
moet dus bijna alle wegen 2 keer rijden. Maar gelukkig zijn de afstanden op de Faeröer eilanden niet zo groot. Waarschijnlijk wordt dit de eerste vakantie naar een land waar
we op bijna alle wegen van het land hebben gereden.
We zijn in diverse plaatsen geweest, teveel om allemaal op te noemen. Onderweg hebben we gelunched in Fuglafjørður in restaurant Muntra. Verder deze dag ook weer de
nodige miezer regen gehad, soms was het een tijdje droog, dan miezerde het weer. Echt hard regenen doet het overigens niet vaak, over het algemeen is het wat gemiezer. Rond een
uur of 5 waren we klaar met het rondje en weer terug bij het hotel. Iedere zondag is er namelijk een buffet en dat leek ons wel wat. Verder zijn er namelijk toch geen
restaurants in de buurt. In de grote plaatsen zoals Tórshavn is er voldoende keus, maar in de kleinere plaatsen ben je aangewezen op het hotel.
Terwijl we aan het eten waren bleek dat het buiten helemaal was opgeklaard en we zowaar de overkant van het fjord konden zien en de bergen in de buurt zaten ook niet meer in de
mist. Na het eten de camera's maar weer gepakt en nog een wandeling naar de kust gemaakt om foto's te maken van blauwe lucht zonder mist en regen! Rond een uur of 10 scheen de
zon mooi op de bergen aan de overkant. Een voorbode voor wat beter weer de komende paar dagen dat we nog op de Faeröer eilanden zijn.
Naar Klaksvík
Arjans verjaardag, 52 alweer. Na te zijn toegezongen door Ciska vanuit Londen via WhatsApp zijn we gaan ontbijten. Na het ontbijt vertrokken we vanuit Gjógv en zijn we
op pad gegaan naar ons volgende hotel in Klaksvík op het eiland Borðoy. Uiteraard niet direkt, maar via een omweg anders zijn we er binnen een uur. Op Eysturoy hadden
we nog niet alle wegen gehad, we moesten nog naar het meest oostelijke deel van het eiland. Als eerste zijn we naar Toftir gereden. Daar zijn we gestopt bij een wol winkel,
Navia, waar ze allerlei producten zoals truien, mutsen enz verkopen, alsmede bollen wol. Hilleke wilde een muts kopen voor Ciska, maar zoals
overal op de eilanden is ook hier alles belachelijk duur. Dus dat hebben we niet gedaan. In plaats daarvan heeft Hilleke een aantal bollen speciale wol gekocht en een patroon
om zelf een muts te kunnen breien. Na het bezoek aan de winkel nog even langs de haven in Toftir gewandeld. Het was vandaag namelijk droog! Behalve anderhalve spetter onderweg
hadden we nog geen regen gezien. Vanuit Toftir zijn we naar Rituvík en Runavík gereden. Tussen Rituvík en Runavík zijn we gestopt bij een meertje,
Toftavatn, Meer van Toftir, met veel vogels en we hebben daar een wandeling van ongeveer een uur gemaakt.
Na de wandeling hebben we in Saltangará bij Runavík gelunched bij café Cibo. Na de lunch zonder stoppen
doorgereden naar Klaksvík. Door twee tunnels, de eerste door een berg en de tweede onder de zee door. Deze laatste, de Norðoyatunnilin, is ook weer een toltunnel
en is met 6300 meter de langste tunnel van de Faeröer eilanden en gaat tot een diepte van 150 meter onder de zeespiegel.
Klaksvík
In Klaksvík moesten we even zoeken naar het hotel, Hotel Klaksvík, maar we hadden het al snel gevonden.
We hadden een kamer op de bovenste verdieping (geen lift) met uitzicht over de stad en de haven. Klaksvík heeft zo'n 4500 inwoners en is daarmeen na Tórshavn de
2e grootste stad van het land. Na te hebben ingecheckt in het hotel hebben we een wandeling door de stad gemaakt. Daar ben je ook snel uitgekeken, groot is het namelijk niet
zoals hiervoor al genoemd. Bij café Friða koffie gedronken met een stuk taart ter ere van Arjans verjaardag. Daarna terug naar het hotel om een restaurant te vinden voor
het eten. Dat was ook niet erg eenvoudig. Sommige waren dicht op maandag, andere serveerden eten tot 7 uur. Buiten het hotel eten blijkt toch lastiger dan je zou denken in dit land.
Uiteindelijk een steakhouse gevonden niet ver bij het hotel vandaan, steakhouse Carthage.
Noordelijke eilanden
De volgende dag een rondrit gemaakt over een aantal van de noordelijke eilanden van de Faeröer eilanden. Dat zijn de eilanden die het eenvoudigst met een auto bereikbaar zijn:
Kunoy, Viðoy en Kalsoy en nog wat van Borðoy, het eiland waar ook Klaksvík op ligt. De twee overige eilanden Svinoy en Fugloy zijn alleen met een ferry bereikbaar
waar geen auto op kan of zijn per helicopter te bereiken. Helicopters zijn overigens een normale vorm van openbaar vervoer op de Faeröer eilanden. Wij hebben het niet gedaan
omdat je als toerist maar 1 vlucht per dag mag maken en als je dus alleen even een eiland voor een dag wilt bezoeken kun je dus niet dezelfde dag terug met de helicopter of je moet
met een boot en een bus terug. Als eerste naar Kunoy gereden en daar wat rond gereden. Daar terug naar Borðoy en naar het plaatsje Muli gegaan. De weg daarheen was de slechtste
weg die we hebben gehad deze vakantie. Alle wegen op de eilanden zijn uitstekend en goed te berijden. De tunnels door de bergen zijn soms 1-baans tunnels met uitwijkvakken voor als
je tegenligger tegenkomt. Sommige tunnels zijn ook niet verlicht en dan rijdt je dus echt in het pikkedonker, als het dan ook nog eens 1-baans is, is dat wel een spannende ervaring.
Echt kort zijn ze namelijk ook niet, de meeste zijn enkele kilometers lang.
Het weer was overigens weer goed vandaag, wel wat kleine spetters gehad, maar verder goed weer en gelukkige geen mist. De temperatuur heeft zelfs een record van 15 graden gehaald!
Bij Múli een stuk door het (verlaten) dorp gelopen en op een steen genoten van het mooie weer en uitzicht op het eiland Viðoy. Vervolgens dezelfde weg terug en naar
Viðareiði op Viðoy gereden. Zowel Kunoy als Viðoy zijn middels een dam verbonden met het eiland Borðoy. In Viðareiði zagen we een restaurant,
tijd voor koffie. Daar kwamen we ook een ander Nederlands gezin tegen, gezellig wat gepraat en samen koffie met gebak genuttigd.
Daarna terug naar Klaksvík, we wilden ook nog met de ferry naar Kalsoy, maar daar was het zo druk dat we niet meer mee konden. Voor de volgende moesten we 1,5 uur wachten
en dan zouden we maar 1,5 uur hebben op het eiland om de ferry terug te halen. Dat wilden we niet doen, temeer daar de overtocht heen en terug zo'n 40 euro is. We zijn dus maar
in Klaksvík gebleven, hebben de kerk bekeken en nog een keer koffie met gebak genuttigd bij café Friða, net als de dag ervoor. 's Avonds hebben we heerlijk gegeten
bij restaurant Hereford.
Terug naar Vágar
Woensdag 3 augustus is de laatste hele dag van de vakantie op de Faeröer eilanden, donderdag ochtend vliegen we terug. Voor we uit het hotel vertrokken in het hotel alvast
online ingechecked voor de vlucht terug naar Nederland. Na het ontbijt hebben we uitgechecked en zijn we gaan rijden naar het eiland Vágar waar we onze reis 1,5 week
eerder zijn begonnen. Eenmaal terug op het eiland Vágar zijn eerst naar Sandavágur gereden om de Trollenvinger te bekijken, een in zee staande puntige rots die
op een vinger lijkt. Die wilden we dinsdag een week eerder al bekijken, maar het weer was toen te slecht. Vandaag is het goed weer, helder en droog, alhoewel er zo af en toe
een minimaal spatje regen valt. Maar dat mag eigenlijk geen naam hebben. Arjan is bij de Trollenvinger nog een stuk de klif opgelopen.
Vanaf Sandavágur naar Bøur gereden, een allerliefelijkst dorpje aan de kust. Hier hebben we even doorheen gewandeld en het schattige kerkje bewonderd en ook van
binnen bekeken. Vervolgens door naar Gásadalur. Dit is een klein dorpje met slechts een handvol inwoners. vroeger was het niet bereikbaar per auto, maar voor deze paar
inwoners is er een tunnel gemaakt. Weliswaar een 1-baans tunnel, maar toch, het is bereikbaar. Als eerste na de tunnel is er de waterval van Gásadalur. Een van de
mooiste watervallen van de Faeröer en je ziet hem ook overal in toeristische folders staan. Hij stort van grote hoogte vanaf de klif in zee.
Op Youtube is een filmpje van de waterval te zien tijdens een enorme storm waarin hij omhoog stroomt.
Vervolgens zijn we naar Gásadalur zelf gegaan en hebben daar een wandeling gemaakt over de klif en genoten van het prachtige weer. De laatste dagen van de vakantie maken
het weer van vorige week helemaal goed.
Vervolgens dezelfde weg terug en gestopt in Sørvágur, het eerste dorp waar we deze vakantie 2 nachten verbleven. In de supermarkt nog wat boodschappen gedaan en
de auto volgetankt omdat we de huurauto met een volle tank moeten inleveren en vervolgens naar Hotel Vágar gereden. Het hotel ligt
op loopafstand van het vliegveld. Na te hebben ingechecked in het hotel hebben we de auto naar het vliegveld gereden om hem in te leveren. Dat scheelt een dag autohuur en in
het hotel hebben we geregeld dat we om 8 uur met een shuttlebus naar het vliegveld worden gebracht. Vanaf het vliegveld zijn we terug naar het hotel gelopen en daar hebben
we vervolgens ook gegeten.
Terugreis
Donderdag 4 augustus ging de wekker al vroeg, om 6:30, we worden namelijk om 8 uur opgehaald door een busje om naar het vliegveld te worden gebracht. Eerst nog ontbeten en
vervolgens de bagage in de lobby neergezet. Op dat moment kwam er ook net een man de lobby in, dat was een taxichauffeur die ons naar het vliegveld zou brengen. Geen busje dus,
maar een auto voor ons samen. Na een ritje van 2 minuten waren we bij het vliegveld. Het vliegveld is zo klein dat we binnen no-time de bagage hadden afgegeven. Om 8:30
stonden we al in de tax-free shop. Nog wat laatste dingen gekocht en toen naar de gate gelopen, gate 1 (van 2). Precies om 9 uur vertrokken we, na nog en foto te heben gemaakt
vanuit het vliegtuig van Sørvágur met Mykines op de achtergrond zijn we opgestegen.
Na een rustige vlucht landden we even voor 12 uur (lokale tijd) in Kopenhagen. Hier hadden we ruim 3 uur voor onze vlucht naar Amsterdam vertrok. Nu op het vliegveld
gebleven omdat de tijd te kort was om naar Kopenhagen zelf te gaan zoals op de heenreis.
Om 15:20 vertrok de vlucht naar Amsterdam dus om kwart voor drie richting de gate gegaan. Daar stond een bus te wachten die ons even later via een toeristische rondreis over
het vliegveld bij het vliegtuig afzette. Opnieuw zo'n zelfde miniscuul geval als op de heenreis. Precies op tijd vertrokken en na ruim een uur landden we op Schiphol.
Bagage was er vrij snel en vervolgens QuickParking gebeld dat we zijn aangekomen en opgehaald willen worden. Vervolgens hebben we dus nog een half uur moeten wachten voor ze er
waren. Ze hebben nu een grote bus ipv kleine busjes en het duurt dus allemaal veel langer. Voor een volgende reis zullen we moeten gaan zoeken naar een nieuwe parkeerservice
en QuickParking kan zijn naam beter veranderen in SlowParking. Uiteindelijk dan toch bij de auto gekomen en naar huis gereden waar we rond een uur of 7 aankwamen,
het einde van een korte maar mooie vakantie naar de Faeröer eilanden.



